Liggend naakt (1948) • Brons (6 gietsels) • 22 × 47 x 19 cm • Gesigneerd en gedateerd “F Carasso 48”
Herkomst: Borzo Kunsthandel, Den Bosch (1989) • Particuliere collectie, Huizen
Musea: Soortgelijk beeld in collectie van Museum Beelden aan Zee, Den Haag
Federico “Fred” Antonio Carasso (1899-1969) groeide op in een Turijnse familie van handwerkers waar zijn artistieke talent al op jonge leeftijd opviel. Ontplooien kon het niet, want Carasso’s leven werd vroeg gekenmerkt door politiek activisme en ballingschap. In 1922, het jaar waarin Mussolini aan de macht kwam, vluchtte Carasso naar Frankrijk. Daar sloot hij zich aan bij het anti-fascistische verzet. Vanwege zijn politieke betrokkenheid werd hij in 1928 het land uitgezet. Via België vond hij uiteindelijk in Nederland een nieuwe thuisbasis. Eerst in Rotterdam, later in Amsterdam, waar hij zich aansloot bij de kring van linkse intellectuelen en kunstenaars, zoals de schrijver Maurits Dekker en de beeldhouwers Han Wezelaar, Leo Braat en Gerrit van der Veen.
In Nederland bloeide Carasso op als kunstenaar. In zijn jaren van ballingschap in Frankrijk en België had hij als houtsnijder voor meubelmakers gewerkt en ook in Amsterdam voorzag hij nog lang met ambachtelijk werk in zijn levensonderhoud. Pas na zijn vijftigste kon Carasso zich met volledige aandacht wijden aan de beeldhouwkunst. Wat verbitterd over de schaarse uren die hij aan zijn ontwikkeling had kunnen besteden en het gebrek aan enige aanmoediging, zei hij in 1953 toch dat hij weliswaar geen artistieke openbaringen had ondergaan, maar van die werklieden wel respect voor handvaardigheid en trots op goed werk had geleerd.
Het werk van Carasso kenmerkte zich door een sterke, soms abstracte vormtaal, waarbij hij experimenteerde met uiteenlopende materialen zoals hout, steen en brons. Zijn stijl evolueerde gaandeweg naar universele, menselijke uitdrukkingen, vooral in de vorm van vrouwenfiguren. Die zette hij krachtig, soms dramatisch neer; expressief en vol leven. Voor Carasso was de essentie van de beeldhouwkunst om te komen tot gesloten en loskomende vormen, vol harmonie en beweging.
In 1938 bereikte Carasso een eerste hoogtepunt met een tentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam. Critici als Johan van der Woude en Ed Wingen schreven lovend over zijn werk. Eerstgenoemde merkte op dat Carasso moeilijk met andere Nederlandse beeldhouwers te vergelijken was, omdat hij figuratief werkte zonder in impressionisme of anekdotiek te vervallen, maar toch een abstracte inslag had. Deze unieke combinatie maakte zijn werk zowel toegankelijk als diepzinnig, en sprak zowel het grote publiek als de kritische elite aan.
Tijdens de meidagen van 1940 meldde Carasso zich als oorlogsvrijwilliger, maar werd vanwege zijn Italiaanse afkomst en verdachte uitspraken gearresteerd en verhoord. Na zijn vrijlating dook hij onder en was hij actief in het verzet. Toen de oorlog voorbij was bleef hij zich inzetten voor sociale rechtvaardigheid, en zijn werk weerspiegelde vaak zijn idealen: menselijkheid, vrijheid en verzet tegen onderdrukking.
Naast beeldhouwer was Carasso ook een actieve publicist en organisator. Hij publiceerde scherpe artikelen over onder meer Arturo Martini, Marino Marini en Giacomo Manzù en stimuleerde daarmee de invloed van moderne Italiaanse beeldhouwkunst in Nederland. Als organisator speelde hij een belangrijke rol bij de introductie van internationale, met name Italiaanse, moderne stromingen in de Nederlandse kunstwereld. Zijn kennis en passie voor Italiaanse modernistische tradities droegen bij aan de naoorlogse heropleving van monumentale kunst en de verbreiding van nieuwe ideeën en stijlen in Nederland. Zo verwierf Museum Kröller-Möller in 1959 Marini’s grote Paard en ruiter en de gemeente Den Haag een nog grotere Paard en Ruiter (1959) voor de nieuwe Haagse wijk Bouwlust. In beide gevallen voor zeer hoge prijzen. Marini kreeg in 1955 zelfs een solotentoonstelling in het Boijmans van Beuningen.
In 1952 won Carasso de Prix de Rome voor beeldhouwkunst, een erkenning die zijn status als een van de belangrijkste Nederlandse beeldhouwers bevestigde. Zijn werk werd geëxposeerd in gerenommeerde musea, zoals het Stedelijk Museum Amsterdam en Museum Boijmans Van Beuningen. In 1957 ontving hij de Jacob Hartog Prijs voor zijn bijdrage aan de Nederlandse kunst.
In zijn latere jaren wijdde hij zich aan monumentale projecten, zoals het ontwerp voor het monument Zij hielden koers in Rotterdam, een acht meter hoge beeldengroep die in 1965 werd onthuld. Dit werk symboliseerde de moed en vastberadenheid van de Nederlandse bevolking tijdens de oorlog.
Carasso stond bekend als een bescheiden, integer en toegewijd kunstenaar. Hij was een vakman die veel waarde hechtte aan ambacht en technisch meesterschap. Zijn atelier in de Zomerdijkstraat was een ontmoetingsplaats voor andere kunstenaars. Carasso overleed in 1969 in Amsterdam.








